Veelgestelde vragen

Zonsopgang en -ondergang zijn de ideale momenten om een ballonvaart te maken. Aangezien een luchtballon niet bestand is tegen de effecten van thermische luchtbellen overdag, kan er enkel ’s ochtends en ’s avonds worden gevlogen. Er wordt meestal gevlogen rond één uur na zonsopgang en één uur voor zonsondergang.
Hierop staat geen minimumleeftijd. Vanaf het moment dat de passagier plezier beleeft aan de ballonvlucht kan hij/zij meevliegen. Er kunnen eventuele opstapjes voorzien worden zodat ook de allerkleinsten onder ons kunnen genieten van het mooie uitzicht. Daarnaast zijn er ook de instapgaten in de ballonmand waardoor gekeken kan worden.
Wat je aan de grond nodig hebt, heb je in de lucht ook nodig. Een extra trui of jas meenemen is steeds aan te raden omdat het na de ballonvlucht wel eens stevig kan afkoelen. Voor dames is het gemakkelijker dat ze een broek aandoen. Een rokje kan namelijk moeilijkheden geven bij het instappen. Daarnaast zijn degelijke schoenen ook een must.
Een ballon is in principe niet bestuurbaar. Hij wordt namelijk meegedreven door de wind. De piloot kan echter wel door middel van verschillende luchtlagen en hoogtes in een bepaalde richting proberen te sturen. Dit betekent dat we nooit weten waar we zullen landen. De ene dag is het weer iets meer stuurbaar dan de andere. Dan is het in zeldzame gevallen zelfs mogelijk om te landen op de opstijglocatie. Andere dagen voert de wind je mee naar een paar dorpen of steden verderop.
Een ballon heeft in principe geen hoogtebeperkingen. De wetgeving reguleert echter wel de vlieghoogtes tijdens de ballonvaart. In bepaalde zones moet je hoog vliegen, in andere mag je dan weer wat lager. Over het algemeen gaan we tot een maximum hoogte van één kilometer. 
Een opleiding start met een theoretisch examen. Dit bestaat uit vier onderdelen, namelijk reglementering, meteorologie, navigatie en aerostatica. Daarna kan het praktisch gedeelte van start gaan. Een erkende instructeur begeleidt je in de ballon tijdens een aantal instructie-vluchten. Daarna begint het solo-gedeelte. Dan vlieg je helemaal alleen tot jij en de instructeur denken klaar te zijn voor het praktisch examen. Indien geslaagd voor deze eerste test, ben je privaat piloot. Vervolgens moet je vijftig vluchturen maken om een tweede praktische test te mogen afleggen. Tot slot dien je nog een radio-examen af te leggen. Deze testen maken je uiteindelijk beroepspiloot.
Er wordt vooral rekening gehouden met vier factoren: neerslag, wind, zichtbaarheid en onstabiliteit van de luchtmassa. We kunnen niet ballonvaren als het regent, als er te veel wind en onvoldoende zichtbaarheid is of in een onstabiele luchtmassa. Wanneer is er nu te veel wind? Vanaf meer dan tien knopen is het niet meer veilig om te vliegen. Dit kunt u bijvoorbeeld zien aan boomtoppen die zeer hard over en weer wiegen of vlaggen die strak gespannen zijn.
Ballonvaren is volkomen veilig. Ten opzichte van andere luchtsporten is het de veiligste activiteit in de lucht. De landing is eveneens niet gevaarlijk. De mand kan zowel rechtop blijven staan als neervallen. Als iedere passagier in landingspositie staat, goed door de benen veren en stevig vasthouden, kan er niets gebeuren. Iedere ballon wordt ook jaarlijks gekeurd door een erkende specialist om een optimale veiligheid te kunnen garanderen.
Dit is zeker mogelijk. In de winter kan je zelfs overdag een ballonvaart maken. Dit komt omdat er in de winter geen thermiek is. Het aardoppervlak wordt niet opgewarmd door de zon waardoor er geen hinder is van stijgende thermische luchtbellen. Het is zelfs mogelijk om in de sneeuw te vliegen. Dit levert dan ook prachtige uitzichten op. In de maand februari vliegen we in de Zwitserse Alpen.
Het ballonvaartseizoen begint in april en eindigt eind september.